Dwars door Turkije – Deel 1: van sterrennachten tot zoutmeren

Dit verhaal van 2018 werd herwerkt om makkelijker te kunnen lezen, lees je liever het volledige artikel? Onderaan de pagina kan je de originele tekst terugvinden in pdf.


Met een open geest rijden we Turkije binnen. Het land draagt sporen van eeuwen van veroveringen en immigratie, maar we staan versteld van de openheid en vriendelijkheid. Overal word je uitgenodigd voor een kopje ‘chai’. Samen pinten pakken op een sneeuwwit strand en vallende sterren tellen op Nemrut Dag, tot een babbeltje slaan met militairen in de buurt van de zwaarbewaakte grens met Syrië: Turkije is ongeëvenaard divers.

Onderweg naar Villach in Oostenrijk, waar we de autotrein zullen nemen naar Edirne, pikken we de Grosslockner Hochalpenstrasse even mee. We hebben al heel wat reizen doorheen de Alpen ondernomen, maar deze oversteek lag steeds niet op onze weg. Nu we de kans en de tijd hebben, maken we daar gebruik van. De hoogste berg van Oostenrijk, de Grossglockner (3.798 meter), te gaan bewonderen. Op het uitzichtpunt worden we aangesproken door onze backpacking gids. Dit niet een beetje ‘overkill’ voor een reisje naar de Alpen? Als we uitleggen dat dit pas dag twee is van onze reis richting de Kaspische Zee, worden de grote monden wat kleiner en wenst men ons een veilige en goede reis toe. Don’t judge a book by its cover.


Treinreizen

Nog iets om af te vinken van onze oneindige bucketlist: een treinreis met de motor. Na het inchecken en veiligstellen van onze motoren zoeken Bart en ik onze coupé voor de volgende twee nachten op. We delen die met een ouder Turks koppel. Om het hen gemakkelijk te maken nemen wij de bovenste bedden. Ik dacht dat we met vier al niet veel ruimte hebben, maar tot mijn verbazing zit er boven mijn hoofd nog een beddenbak verscholen: onze coupé is dus voorzien om zes mensen te slapen te leggen…

Als de trein vertrokken is strijken we neer in het restaurant, waar we voor weinig geld soep, kipbrochettes en een paar biertjes nuttigen. In onze hut worden we in slaap gewiegd door het gezellige geratel van de wielen op de rails en de continue heen-en-weer beweging van de trein zelf. Onze nachtrust wordt af en toe verstoord door een douanecontrole: de deur wordt bruusk geopend, waarna men met een zaklamp in ons gezicht schijnt om te controleren of we op onze paspoortfoto lijken.

’s Morgens zijn onze onderburen al vroeg wakker, maar Bart en ik zijn van plan om zo veel mogelijk van de ochtend door te slapen. De rest van de dag spenderen we in het restaurant, waar we getuige zijn van een locomotiefwissel in Bulgarije. We vervolgen de reis met een heuse stoomlocomotief, die hele dikke zwarte wolken uitbraakt. De tweede nacht zijn er geen douanecontroles meer, het is enkel nog vroeg opstaan voor de grensovergang naar Turkije. Edirne, we zijn er bijna!


Sterren kijken op het strand

Mijn R1100GS staat ingeschreven op Barts naam. Dat is een klein probleem in Turkije, want elke persoon mag er maar één voertuig importeren. De douanebeambte naar luistert naar ons verhaal en beslist goedgezind te zijn. Het is ook wel duidelijk dat wij hier niet zijn om onze motoren te verpatsen en er van de winst te gaan rentenieren.

Met een klein beetje oponthoud beginnen we dus aan onze eerste dag in Turkije. Na meer dan 48 uur opgesloten te hebben gezeten in de trein, doet het goed om onze motorfietsen de sporen te geven en de zon in ons gezicht te voelen. Grootsteden zoals Istanbul laten we links liggen, ons hart ligt vooral bij de natuur.

Op de kaart hebben we een aantal plaatsen aangeduid die volgens ons de moeite waard zijn, maar we reizen zonder een al te strikt plan. Om de hoofdstad te omzeilen, rijden we van Edirne naar Canakkale, waar we de ferry nemen naar de Marmararegio. Ik heb er mijn zinnen op gezet om te lunchen op het strand en we parkeren de motoren bij een restaurant aan zee.

Hier maken we kennis met Ersin en Erkan, twee opgewekte Duitse broers met Turkse roots. Ze geven ons nuttige tips over het eten, de gewoontes en de do’s en don’ts in Turkije. Belangrijk om te onthouden: hoe oostelijker je gaat, hoe minder toeristisch het is en hoe conservatiever de mensen zijn.

Op het einde van de avond staan ze erop voor ons, hun gasten, de rekening te betalen, een staaltje Turkse gastvrijheid. Omdat het heerlijk warm weer is, zetten we geen tent op en genieten we op onze slaapmatjes, ingeduffeld in een slaapzak, van de duizenden sterren boven ons hoofd, terwijl op nog geen vijf meter van ons de golven van de zee kabbelen.


Waterpompen

Mijn nacht eindigt nogal abrupt met een natte neus die op onderzoek uit is. Ik kijk recht in de bruine ogen van een straathond. Veel meer dan een knuffel kan ik hem en zijn maatjes niet geven, vermits we nog geen boodschappen gedaan hebben voor de volgende dagen.

Vandaag rijden we de kust richting stad Pamukkale, een van de punten die we op de kaart aangeduid hebben. Opvallend aan de geografie van Turkije is dat bijna het volledige land op duizend meter hoogte ligt. Zodra je de kust verlaat, begint het terrein te golven en te klimmen.

Tegen valavond komen we aan bij Akhisar. Het lijkt een ideale plaats om onze tent op te zetten: lekker rustig. Maar niets is minder waar. We hebben ons nog maar net geïnstalleerd aan de oever of daar passeren de eerste schapenboeren met hun kuddes.

Ze zwaaien naar ons en komen ons zeggen. Veel Turks ken ik niet, dus we behelpen ons met gebarentaal. Ze maken duidelijk dat ze vinden dat we toffe motoren hebben. Net wanneer we in onze tent liggen, komt de bestuurder van de waterpomp die de nabijgelegen velden aanschakelt. Rustige nacht, my ass…


Massatoerisme

Terwijl wij ons ontbijt klaarmaken en de bagage inpakken voor vertrek, zijn de vissers al druk bezig op het meer. De rit langs de landerijen naar de hoofdweg is uitdagend genoeg om alle slaperigheid uit onze ogen te wassen en staat in schril contrast met de autosnelweg naar Pamukkale.

Erdogan pompt enorm veel geld in de ontwikkeling van het wegennetwerk, overal waar we kijken zien we nieuwe snelwegen of autostrades in aanleg. Veel Turken zijn blijkbaar nog niet gewend aan dat concept, want de snelweg oversteken of de middenberm nemen om af te slaan vinden velen geen probleem.

De witte kalkmuur van Pamukkale is al van ver te zien aan de horizon, maar onze enthousiasme bekoelt snel wanneer we er toekomen. Dit is duidelijk een toeristische hotspot. We vinden een camping met glijbanen, die knalroze tegels heeft.

Terwijl wij hier lunchen kunnen we de honderden mensen gadeslaan die in de brandende hitte staan aan te schuiven om te pootjebaden in de witte kalkterrassen of de historische stad Hierapolis te bezoeken. We hebben geen goesting om ons in de mensenmassa te begeven. Volgende keer beter!


Overnachtingstechnieken

Op de kaart vinden we een offroadweg door de bergen richting Fethiye, aan de kust. We spenderen de hele dag op slingerwegen doorheen dichte bossen; behalve een incidentele houthakker of een tractor komen we niemand tegen.

De ondergrond is afwisselend gravel, modder en begaanbare tweesporen, een beetje afhankelijk van welke bedrijvigheid er net voor ons geweest is.

Onze motoren zijn hier koning, ook al zijn ze zwaar beladen; met onze aangepaste vering denderen we door de kust komen en hoogte zakken, wordt het licht warmer.

Niets mooier dan een bocht omgaan, een heuvel oprijden en daarna het fonkelen en glinsteren van het zonlicht op de blauwe golven te zien: ook nu is weer adembenemend.

We rijden Fethiye binnen om direct terug onze motoren te draaien en de kustlijn te nemen richting Antalya. In dit toeristenstadje vind je gegarandeerd geen plaats zonder restaurant.

Het is al donker als we op de D400 Seyrek Cakil Beach tegenkomen, een klein privéstrand met een restaurant. We passen een beproefde overnachtingstechniek toe: ergens onopvallend bestellen en dan vragen of we de tent in de tuin mogen zetten.

Eten kan niet meer, maar we mogen de tent in de tuin plaatsen en blijven zolang we willen. Bier is er wel te verkrijgen en we blijven met de eigenaars Khan en Freddy tot een gat in de nacht op het terras plakken.


Politiek

We zeggen de kust vaarwel voor de komende tijd. De hoogplateaus met hun meren zijn het volgende dat op ons programma staat. Je ervaart de uitgestrekheid van dit land -26 keer zo groot als België- pas wanneer je er zelf in rondrijdt. Hoeveel afstand we ook afleggen, op de kaart komen we nauwelijk vooruit. 

We zijn de enige buitenlandse toeristen op de camping aan het Egirdirmeer, alle andere gasten zijn Turken die hier hun vakantie komen doorbrengen. Drank en spijs zijn spotgoedkoop, maar een pintje is er niet te vinden. In het sanitaire blok ga je liever niet binnen, laat staan dat je er wil douchen. We maken kennis met Selim en Hadise, twee jongeren die samen met hun familie een grote tent gehuurd hebben voor de week. Hun moeder komt na een tijdje af met een tas thee voor iedereen. Zij heeft de tieners aangemoedigd met ons te gaan praten zodat ze hun Engels kunnen oefenen.

Wanneer het savonds pijpenstelen regent, mogen we onder hun luifel zitten. Al snel begint het gesprek politiek te kleuren. De president is niet geliefd onder een groot deel van de bevolking, maar heeft zijn overwinningen vooral te danken aan de bevolkingsgroepen van het oostelijke en centrale deel van het land. Door de investeringen in het wegennetwerk is er meer werkgelegenheid en een beetje welvaart in die delen doorgesijpeld, waardoor men hem in die regio’s adoreert. 


De verloren zool

Tijdens het laatste stuk onverhard richting het Egirdir-meer speel ik de rechterzool van mijn crosslaars kwijt, die al een tijdje hing te bungelen. We waren al gestopt voor contactlijm, maar zonder succes.

Gelukkig rijden we door een toeristisch stuk aan een meer en in een winkeltje met brol koop ik een paar waterslippers. Met het zakmes voorzien we een nieuwe pasvorm en de ducttape doet de rest. Niet echt waterdicht, maar de pinnetjes van mijn voetsteun voel ik toch al niet meer. 

Het volgende bolletje op onze landkaart is Cappadocië, maar we besluiten eerst het zoutmeer Tuz Gölü te bezichtigen. Na enkele dagen afspoelen in de zee en meren wil ik weleens een echte douche. Door een gelukkige speling van het lot komen we terecht op de camping van Tahir en zijn vader Mustafa. Mustafà is jaren 4×4-gids geweest en kent mooie plekken, waaronder een broedplaats van flamingo’s en een stuk van een zoutmeer waarop we kunnen rijden.

Omdat we morgen alweer vertrekken, wil Tahir ons per se de trekpleister van zijn stad tonen en achterop zijn brommer word ik meegenomen naar misschien wel de oudste Airbnb ter wereld: de gigantische ‘karavanserai’ Sultan Han.

Dit was in de middeleeuwen een belangrijke tussenstop op handelsreizen, waar je kon uitrusten, informatie uitwisselen en herbevoorraden. Een groot deel van het gebouw staat nu in de steigers vanwege een grondige restauratie. Het gebouw heeft een impressionante toegangspoort en op het binnenplein bevinden zich een moskee, refter, stalplaatsen en slaapkwartieren. 

Intussen heeft Bart op de camping heel wat tips gekregen over de omgeving. Het belooft morgen, als we richting Cappadocia gaan, een stevige rijdag met veel omweggetjes te worden. In Sultanhani gaan we te voet nog wat eten halen. In zijn tapijtenwinkel vertelt Mustafa ons het geheim van zijn ‘oude’ tapijten. De invalswegen naar Sultanhani liggen ermee bezaaid en nu begrijpen we waarom : hoe meer verkeer eroverheen gedenderd heeft, hoe ouder ze eruitzien en hoe meer geld ze waard. 


Flamingo’s

Het vulkanische kratermeer Meke is onze eerste stopplaats van de volgende dag. Wanneer we afdalen in de krater vinden we enkel een gekristalliseerde zoutlaag; water is er niet meer. Mustafa heeft ons verteld dat de hele regio gebukt gaat onder droogte, een gevolg van de onophoudelijke en vooral ongereguleerde irrigatie. De landbouwers wordt niet geleerd over de milieu-impact, waardoor de laatste vijftig jaar hele meren droog zijn komen te staan. 

Ook het Meke-meer onderging dit lot; na de grote droogte van 2015 kristalliseerde het volledig. Simultaan met het verdwijnen van het water, vertrokken ook honderdan soorten vogels en kleine dieren naar andere oorden, een ware ramp voor deze beschermde Ramsar-site. Nu is het vooral een trekpleister vanwege het ‘rode bloedmeer’, het overgebleven water kleurde rood door de grote hoeveelheden micro-organismen in de zoutoplossing.

We gaan op zoek naar de broedplaatsen van de flamingo’s die Mustafa gister op de kaart aanduidde. Het zoutmeer oprijden is een koud kunstje, hier en daar zakken we even weg in een zacht stukje maar echt alarmerend is het niet. In de winter laat men zoet water in het Tuz Golu-meer vloeien waardoor er op de vlakte overal flora te vinden is. Na wat spielerei vervolgen we de hoofdweg rond het meer. De flamingo’s zouden aan de zuidkant broedden. We rijden kleine weggetjes in door het kruipgewas, komen wel kuddes koeien tegen maar geen flamingo’s. Terug op de hoofdweg rijden we een beetje ontgoocheld richting de zoutmijnen. Amper enkele kilometers verder, net voor een zoutwinning slaat Bart een baantje in, en warempel : daar staan ze. Het zijn er maar een stuk of twintig. Ik had ze misschien liever niet gezonden, zo triestig staan ze hier in de schaduw van grote graafmachines… 


Chai en een selfie

De zoutmijnen zijn volgens Mustafa verboden terrein voor buitenlanders, maar we wagen het erop. We belanden ergens waar duidelijk niet moeten zijn.

In de controletoren boven ons gaat er een raam open en iemand vraagt: “Chai?” Goh, waarom eigenlijk niet? Een minirondleiding, tas thee en een selfie later staan we terug buiten met aanwijzingen hoe we binnen kunnen in de mijn. Aan de hekken staat een bord dat buitenlanders hier niet mogen komen. Bizar. Is men bang dat we zout meepikken?

Maar de hekken gaan toch voor ons open en we krijgen een half uur om rond te rijden. De zoutpoelen komen mooi uit in de zon. Ik zie een Turkse familie pootjebaden en beslis hen na te apen.

Niet een van mijn slimste plannen: grote zoutkristallen zijn een hel om op te stappen en de kleine sneetjes branden als het vagevuur. Binnen het halfuur staan we terug aan de poort, maar we worden niet gelost door de bewaker vooraleer we nog een chai met hem gedronken hebben in zijn kotje.


Turkije heeft ons nu al meer verrast dan we verwacht hadden: gastvrijheid, absurd mooie natuur en verhalen achter elke bocht van de weg.

Maar het avontuur is nog lang niet voorbij.

Volgende week trek ik verder richting Cappadocië.

En daar heb ik jullie hulp bij nodig.

👉 Waar willen jullie de volgende blog over lezen?

  • 🇹🇷 Verder door Turkije – Cappadocië en de binnenlanden
  • 🇹🇳 Onze voorbereidingen voor Tunesië

Laat het me weten via het formulier onder deze blog.

1 Comment

  • by
    Louis
    Posted 5 maart 2026 13:59 0Likes

    🇹🇷 Verder door Turkije – Cappadocië en de binnenlanden

add your comment