Ducati Globetrotter 90th
Jess in Japan (4)

Dit verhaal van 2016 werd herwerkt om makkelijker te kunnen lezen, lees je liever het volledige artikel? Onderaan de pagina kan je de originele tekst terugvinden. 

Ik word wakker van het getik van dikke regendruppels op het hotelraam.
Jammer. Dat onheilsbericht over tyfoon Malakas was geen droom.

Tijdens het ontbijt contacteert Miyo me met de mededeling dat er misschien vanavond al een ferry vertrekt van Osaka naar Beppu. De tyfoon zal deze middag het eiland Kinki oversteken, dus als ik wil vertrekken, moet ik het nu doen.

Tijdens de nacht heeft de storm stevig huisgehouden op Kyushu, waar ik binnen twee dagen verwacht word om het museum van verzamelaar Iwashita te bezoeken. Daar kan ik de laatste overgebleven Ducati Apollo gaan bekijken. Alleen… ik vrees een beetje voor de gevolgen van de storm.


Blowin’ in the wind

Ik raadpleeg de GPS. Slechts 77 kilometer langs de snelweg tot Osaka.
Gezien de weersomstandigheden maak ik er geen punt van om de dure tol te betalen.

Pas wanneer ik buiten sta, merk ik hoe de regen uit de hemel valt als een dik gordijn. De wind speelt met afgerukte bladeren en takken. Ik twijfel. Ga ik? Of ga ik beter niet? Terug op de hotelkamer draai ik in cirkeltjes tot ik uiteindelijk beslis om te doen waarvoor ik hier ben gekomen:

rijden.

Tien minuten later ben ik uitgecheckt en rij ik Malakas tegemoet. De eerste 45 kilometer zijn goed te doen, maar hoe dichter ik Osaka nader, hoe feller de rukwinden worden. De Multistrada laat het niet aan haar hart komen. Het hoge gewicht van deze powerboat op wielen speelt in haar voordeel.

Het heeft iets betoverends:
de regen die als een douche naar beneden komt,
de achterband die een fontein aan water opspat,
het gegrom van de motor
en – raar maar waar – het heerlijke gevoel van droge tenen in zachte, warme sokken.

Osaka binnenrijden is een ander verhaal. Files. Drukte. Door het vele stoppen en aanzetten wordt de Multi moeilijker te hanteren tijdens de storm. Wanneer ik eindelijk bij de ferry’s arriveer, zie ik het ongeloof in de ogen van wie er al staat. Er varen begrijpelijkerwijs geen ferry’s meer uit die avond.

Maar ik klaag niet.
Ook al stond het niet op mijn to-do-lijstje, ik kan wél afvinken dat ik door een tropische storm heb gereden.

De vriendelijke dames aan de incheckbalie drukken me op het hart om zo snel mogelijk een hotel te zoeken. Het oog van de storm bevindt zich net onder ons op de kaart. Turend op mijn GPS ben ik zowat de enige die nog op straat is. Zelfs op de vierbaansbanen kan ik de motor amper op de been houden.

Ik kom letterlijk aangewaaid in het CosmoSquare Hotel, boek de goedkoopste éénpersoonskamer en overspoel die met mijn natte bagage. Buiten is de storm nu echt helemaal losgebarsten. Dat merk ik aan de trillende ramen.

Tijd voor een blogpost en een douche.
Morgen neem ik de nachtferry naar Beppu.
De rest zien we daar… en dan wel.


De afstand

In de haven van Beppu staat Miyo op me te wachten met extra materiaal: een regenpak, enkele waterdichte zakken en een spatwaterdichte camera. Zou ze weten dat Japan nog enkele buien voor mij in petto heeft?

Samen rijden we naar Yufu om de Iwashita-collectie te bezoeken. We worden hartelijk ontvangen en na een uitgebreide rondleiding is het tijd voor het pronkstuk: de Ducati Apollo, de enige Bolognese V4 ter wereld.

Hiroaki Iwashita gaat terecht prat op zijn unieke machine en verzamelt alles wat er ook maar zijdelings mee te maken heeft. Tijdens zijn uitleg valt mijn oog op een oude uitgave van Motoren & Toerisme in de vitrinekast. Ooit publiceerden zij een rij-indruk over de Apollo — en op de één of andere manier is die hier beland.

Van een bevlogen verzamelaar gesproken.

Na de rondleiding moet ik weer op weg. Om terug op schema te komen, moet ik in 36 uur tijd 1100 kilometer afleggen. Overhaasten wil ik niet. De snelweg is duur en daar heb ik geen budget voor, dus kies ik voor bochtige wegen richting het noordoosten.

Soms neem ik zelfs nog een extra bergweg mee.
Gewoon omdat het kan.

Pas wanneer het donker wordt, kies ik alsnog voor de snelweg en zet ik in vlot tempo enkele honderden kilometers extra op de teller. In Tokushima neem ik een hotel. Dankzij de goede wifi kan ik nog wat opzoekingswerk doen en een blogpostje schrijven.

De volgende ochtend zit ik om 05u30 alweer in het zadel. Mijn interesse werd de avond voordien gewekt door de Regenboogweg, een tolweg langs vijf meren. Die wil ik niet missen.

De offroad-routes ernaartoe zijn verlaten en instabiel door de tyfoon. Omvergewaaide bomen, wegverzakkingen, kapotte bermen — rustiger rijden is de boodschap.

De Regenboogweg stelt niet teleur. Je mag deze gerust vergelijken met de Stelvio of de Trollstigen. De bochtige wegen richting de Japanse Alpen maken elke kilometer de moeite waard. Tijd om je te vervelen is er niet.

De Multistrada lust deze wegen rauw. Zelfs met bagage blijft ze hanteerbaar en verrassend speels.

Na zonsondergang kies ik opnieuw voor de snelweg. Na negentien uur rijden heb ik het gehad. Morgen nog een kleine 200 kilometer tot mijn bestemming. Dat lukt wel.


Might as well jump

Mark, oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, woont al jaren in Japan en is een fervent Ducati-rijder. Hij wacht me op in Yuzawa om samen naar het circuit van Sugo te rijden, maar hij heeft nog een verrassing in petto.

Na een eerste babbel zetten we koers naar Minakami, waar Mark samen met Bungee Japan een bungeejump van 42 meter heeft geregeld. Terwijl de crew me in het harnas hijst, vragen ze waarom ik niet bang of nerveus ben.

Eerlijk?
Mijn lichaam en hoofd zijn gewoon te moe om me zorgen te maken. Ik kijk vooral uit naar de val en naar de ervaring.

Wanneer ik vanop het platform naar beneden kijk, verschijnt er toch een kleine grimas op mijn gezicht. Maar ik wil geen duwtje “voor de zekerheid”. Ik wil zelf springen. Dus wanneer de man achter me aftelt, spring ik al op ‘2’.

De adrenalinerush van de vrije val is ongeëvenaard. Een fractie later hang ik schaterlachend ondersteboven.

Mark heeft nog meer goed nieuws: het materiaal is vrijgegeven uit Rusland en Miyo heeft het pakket naar Minakami laten opsturen. Dat betekent dat ik vanaf morgen opnieuw een echte GPS en een werkende iPhone heb.

Ik kan mijn geluk niet op.


Tot volgende week

Volgende week volgt het laatste deel van dit Japan-avontuur.
Het afscheid, de circuits, Mount Fuji… en het moment waarop je beseft dat een reis soms pas eindigt wanneer je haar durft loslaten.

En daarna?
Dan is het tijd voor een nieuw verhaal.

👉 Waarover wil jij de volgende blog lezen?

  • 🇹🇳 Tunesië — het land waar we in oktober opnieuw naartoe trekken
  • 🇹🇷 Turkije — rauw, intens en vol contrasten
  • ✍️ Of iets helemaal anders (ideeën welkom)

Laat het me weten via de poll hieronder.

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.
Ik wil verder lezen in

Tot volgende week 🤍

add your comment