Ducati Globetrotter 90th
Jess in Japan (5)

Dit verhaal van 2016 werd herwerkt om makkelijker te kunnen lezen, lees je liever het volledige artikel? Onderaan de pagina kan je de originele tekst terugvinden. 

Sommige dagen beginnen met regen, twijfel en een tyfoon op de achtergrond. Andere eindigen met een lege weg, een motor die gromt en het besef dat blijven rijden soms de enige juiste keuze is. Dit is het vervolg van mijn Japanse Globetrotter-verhaal — ergens tussen doorzetten en loslaten.


Iroha Zaka

Nooit gedacht dat Japan zoveel mooie wegen zou bezitten. Overal waar je kijkt zie je kronkelende sliertjes en haarspeldbochten op de kaart. Mark neemt het voortouw richting Sugo en het is best raar om na al die solo rijdagen het roer over te geven aan iemand anders.

Het is de eerste droge zondag in een hele tijd en dat is duidelijk te merken aan het aantal motorrijders op de baan.

Bij een drankstop ontmoeten we de Amerikaanse Patrick, oprichter van een community voor buitenlandse motorrijders. Hij kent de omgeving hier als zijn broekzak en biedt aan om een heel eind voor te rijden.

Hij neemt ons mee naar de Iroha Zaka-weg en geloof me: dit is een route die zich onmiddellijk in mijn top tien van onvergetelijke momenten geboord heeft. De Romantic Road is een eenrichtingsbaan met tientallen haarspeldbochten — één stuk omlaag, het andere terug omhoog.

Dit stukje circuit voor iedereen is veel te vlug voorbij en ik wens dat ik hier nog eens zou kunnen rijden, maar dan zonder verkeer. Op mijn eentje.

Wanneer de avond valt, zoek ik op aanraden van Patrick een camping aan de rand van het meer van Inawashiro. Het is al erg laat wanneer ik er arriveer en een dik kettingslot rond het hek maakt duidelijk dat de camping gesloten is.

Ik besluit toch een kijkje te nemen. Misschien kan ik mijn tent gewoon opzetten op het strand en de motor achterlaten aan het hek.

Wanneer ik terugkom, ligt de Multistrada in het zand. De jiffy is in de grond gezakt en de motor is overgekipt. Daar sta ik dan: in het donker, met enkel een Petzl-lampje op mijn hoofd en een motor met de wielen in de lucht.

Geen tijd om erover te zeuren. Koffers eraf en rechtzetten die handel. Veel zin om nog een hotelkamer te zoeken heb ik niet meer, dus ik plant de tent gewoon naast de Multistrada (deze keer met een schotel onder de zijpikkel) en zak af naar dromenland.


Sugo

Mijn tweede verplichte stop om de geschiedenis van Ducati in de kijker te zetten is het thuiscircuit van Yamaha: Sugo. De wegen ernaartoe doen me denken aan de omgeving rond Spa-Francorchamps. Sugo is dan ook een bergcircuit met enkele afdalingen en een steile heuvel.

Ik weet heel goed waarom ik hier ben: de overwinning van Carl ‘Foggy’ Fogarty in de WSBK in 1998 met een Ducati 916.

Ik krijg de volledige race te zien op groot scherm, als smaakmaker voor mijn eigen rondjes op Sugo — weliswaar aan boord van de Multistrada Enduro. De eigenaar van het circuit maakt me duidelijk dat ik de eerste ronde achter de pacecar moet blijven hangen en niet sneller mag rijden dan 90 km/u, anders moet ik een daglicentie kopen.

Een beetje teleurgesteld rij ik achter de wagen het circuit op, maar tot mijn verbazing flirt hij met die 90-per-uurgrens en kan ik zelfs een beetje in de bochten leunen.

Oude herinneringen aan circuitdagen wellen in me op en ik voel me een beetje nostalgisch. Nooit gedacht dat ik het circuitrijden zo zou missen. De tijd gaat veel te snel en mijn rondjes zijn voorbij voor ik het goed en wel besef.

Ik beëindig de laatste lap in het donker en na het afscheid met het personeel en de eigenaar ga ik weer op weg. Terwijl de muziek door mijn oren jaagt, rijden de Multi en ik onder een open hemel bezaaid met sterren. In gedachten ben ik bij de oude legendes van het WSBK.

Ik weet een eind verderop een mooi plekje aan een meer waar ik de tent kan opzetten. De nacht is nog jong, de Multi gromt en het enige wat ik moet doen is rijden, rijden, rijden.


Voorzichtig met wat je wenst

Ik moet pas morgen in Motegi zijn voor mijn laatste stop. Patrick duidde enkele dagen geleden enkele gravelwegen aan en ik spendeer de rest van de dag aan het verkennen van die mooie pistes.

Van de sublieme vergezichten waar Patrick het over had, zie ik helaas weinig. Sinds ik Gunma opnieuw ben binnengekomen, zie ik niet verder dan drie meter door de potdichte mist. Ik maak er het beste van en het is al bijna donker wanneer ik eindelijk uit de bergen ben.

Er is een camping dichtbij Lake Chuzenji waar ik hoop op een warme douche en misschien zelfs een uurtje zwemmen en ontspannen. Helaas hebben de weergoden andere plannen. Zodra ik op de asfaltbaan terechtkom, draaien ze de douchekraan al voor me open.

Je moet opletten met wat je wenst, want wensen komen soms uit.

Enkele dagen geleden hoopte ik dat ik de Iroha Zaka alleen kon op- en afrijden. Dat is exact wat ik krijg: een verlaten weg, in dichte mist en regen.

Terug de Romantic Road op, in de gietende regen, met dikke mist en dat alles in de gitzwarte nacht. Aangekomen bij de camping zie ik dat ook hier alles afgesloten is. Ik geef het op.

Mijn tent is nog doorweekt van deze ochtend en mijn voeten zijn het enige droge onderdeel van mijn lijf. Alle hotels die ik passeer weigeren me toegang. Engels kunnen ze niet, maar “no biker” is blijkbaar geen probleem.

De enige weg uit het dal is terug de Iroha Zaka naar beneden rijden, vanwaar ik kom. De moed zakt me in de schoenen wanneer ik het dichtstbijzijnde hotel in de GPS zoek: nog 35 kilometer in dit schijtweer.

Maar zoals alles waar je tegenop ziet vóór je eraan begint, valt het uiteindelijk best mee. Ik rij terug naar beneden, vind een soort zen in de situatie en begin te schaterlachen. Eigenlijk heb ik net gekregen wat ik wou.

Aangekomen in het hotel doe ik zelfs niet meer de moeite om de Nike-bag af te halen. Alles erin is toch doorweekt. Vlug dat natte pak uit en onder de lakens. Dromen van een droge, lege Iroha Zaka.


Afscheid, of toch niet?

Motegi is mijn laatste verplichte stop in het Japanse deel van dit Globetrotter-avontuur. Dat betekent meteen ook mijn laatste dag met de Multistrada Enduro in Japan. Vanavond moet hij de kist in om naar Amerika verscheept te worden.

Motegi is eenvoudig te vinden. Overal staan Engelstalige richtingsaanwijzers en de omgeving hangt vol affiches van het nakende MotoGP-evenement.

Mijn bezoekreden aan dit circuit is om Casey Stoner te eren, die in 2007 met Ducati MotoGP-kampioen werd — tot op vandaag nog steeds de enige op een Ducati. Ik mag hier ook een paar rondjes rijden. Waar ze in Sugo extreem voorzichtig waren, krijg ik hier gewoon groen licht om vlot te gaan.

Ik heb de lijnen van dit circuit nog nooit bekeken en heb geen flauw idee waar ik moet rijden. Ik probeer gewoon de witte boordstenen in het oog te houden en me zoveel mogelijk te concentreren op de horizon.

Wanneer ik even stop onder de start-finishbrug om een foto te maken, krijg ik van het personeel de officiële geblokte vlag in mijn handen. Een onvergetelijk moment.

Miyo is er ondertussen ook om mij terug naar Tokyo te loodsen. Ik heb dit moment een beetje verdrongen, maar het is zover: 3.780 kilometer heb ik met de Multistrada Enduro gereden in Japan, in slechts tien rijdagen — waarvan zeven in de regen.

Het lijkt alsof Japan het goed wil maken met me. Op de snelweg naar Tokyo krijg ik eindelijk een stralend zonnetje te zien.

In het Ducati-hoofdkantoor geef ik de sleutels af en voel ik me voor het eerst sinds mijn vertrek uit België alleen achtergelaten. Mijn trouwe kameraad, de enige die tijdens de trip echt bij me was en Japan gezien heeft zoals ik het gezien heb, zie ik pas volgende week terug in San Francisco, bij de overdracht aan Eduardo, de volgende Globetrotter.

Miyo ziet dat ik het moeilijk heb en weet dat ik de komende twee dagen eigenlijk niets te doen heb. Zonder iets te vragen, komt ze terug met de sleutels van een Ducati Hypermotard.

“Vooruit,” zegt ze. “Bezoek jij nu maar Mount Fuji. Het kan niet altijd regenen.”

Ik kan mijn geluk niet op. Ik graai snel mijn tent, slaapmat en -zak, tandenborstel en wat schoon ondergoed bijeen voor ze zich bedenkt. Die avond slaap ik aan de voet van Fuji-san. Terug in de regen — maar gelukkiger dan ooit.


Under the bridge

Op de vlucht naar Californië krijg ik uitgebreid de kans om uit te rusten en zelfs een film te bekijken. Lang geleden. Jeffrey van Ducati Noord-Amerika haalt me op in de luchthaven en brengt me rechtstreeks naar hun hoofdkantoor.

Mijn Globetrotter krijg ik niet terug, maar er staat wel een andere Multistrada Enduro klaar om de rit naar Laguna Seca en San Francisco af te werken.

Ik heb geen zin om veel bagage mee te sleuren voor de resterende drie dagen. Enkel mijn kampeerspullen en wat schone kledij gaan mee. Het duurt maar enkele kilometers voor ik me weer thuis voel op de Multistrada — wat een verschil met die kleine Hyperstrada.

Ik neem de CA1 langs de kust richting Big Sur. De kustlijn is simpelweg verbluffend: witte stranden, rotsstranden, baaien, houten bruggen, kliffen en vuurtorens. De lucht is gevuld met geuren van bloemen, gedroogde bladeren en warm asfalt na een regenbui. Want ja, ook hier krijg ik regen over me heen.

Laguna Seca ligt niet ver en ik kan het niet laten om de befaamde ‘corkscrew’ met eigen ogen te gaan bekijken. Ik vind een kampeerplaats voor de nacht in een baai bij een stroompje en geniet van mijn laatste avond alleen onder de sterren.

De volgende dag rijd ik met Kris en James, twee motorrijders uit de Bay Area, langs Big Basin, Pescadero en Pigeon Point Lighthouse. Hoewel ik niet speciaal had uitgekeken naar de USA na al die indrukken in Japan, hebben de luttele 800 kilometer hier me nieuwsgierig gemaakt naar wat de westkust van dit immense land nog te bieden heeft.


Het circuit van Laguna Seca

De Mazda Raceway Laguna Seca ligt in Monterey, Californië en heeft een lengte van 3,6 kilometer. Het circuit staat bekend om de soms hoge omgevingstemperaturen, maar vooral om de ‘Corkscrew’: een blinde chicane op een heuvel die in dalende lijn afloopt.

Ducati was hier vaak aan de winnende hand, met rijders als Troy Corser, Ben Bostrom, Ruben Xaus, John Kocinski en Troy Bayliss.

De overhandiging van de Globetrotter-toorts onder de Golden Gate maakt me emotioneel — vooral van geluk. Gelukkig dat ik deel mocht uitmaken van dit ongelooflijke project. Gelukkig dat Ducati mij zo’n grote motor toevertrouwde. Gelukkig dat ik de kans kreeg om mijn eigen vleugels te strekken.

Na de overdracht rijden Eduardo en ik nog een laatste keer over de Golden Gate. Wanneer hij vertrekt voor zijn deel van de Globetrotter-trip, staat mijn taxi al klaar richting luchthaven.

Sayonara, Multistrada!

Dit was het laatste deel van dit Globetrotter-avontuur, met een prachtig afscheid, nostalgie naar de circuits en éindelijk Mount Fuji op de achtergrond.

En daarna? Dan slaan we een nieuw hoofdstuk open.
👉 Waarover lees jij het liefst verder? Tunesië of Turkije?
Laat het me weten via het formulier hieronder.

Tot volgende week 🤍

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.
Ik wil verder lezen in

add your comment