Ducati Globetrotter 90th
Jess in Japan (3)

Dit verhaal van 2016 werd herwerkt om makkelijker te kunnen lezen, lees je liever het volledige artikel? Onderaan de pagina kan je de originele tekst terugvinden.

Soms moet je gewoon links afslaan. Ook als ze zeggen van niet.


De vrije loop

De volgende ochtend start grauw en vochtig.
De dreigende wolken maken meteen duidelijk: een blik op de heilige berg Fuji kan ik vandaag vergeten.

Ik beslis om meteen richting Irago te rijden, om daar de ferry te nemen.

Gisterenavond hed ik in de tent een route uitgestippeld op de GPS richting Minobu. Na enkele tientallen kilometers bots ik al op wegenwerken.

De meest logische optie?
Terugkeren en de expresweg richting kust nemen. Nadeel: minstens twee uur tijdverlies.


Er is echter een alternatief, offroad dwars door de berg. 

Ik had mezelf voorgenomen om de eerste dagen niet van de weg af te gaan, zodat ik kon wennen aan motor en bagage.
Maar tijdens het bootcamp had mijn rijtuig zich buitengewoon wendbaar bewezen dat ik mijn goede voornemens zonder veel nadenken overboord gooi.

Offroad is trager, dat klopt. Maar je krijgt er zoveel voor terug.

Herten die voor mijn wielen wegspringen. Typische Japanse riviertjes met grote, groene, mossige stenen. En vooral: dat heerlijke gevoel van één te worden met motor en omgeving.

Na een kilometer of vijftig kom ik opnieuw uit op mijn oorspronkelijke geasfalteerde route.
Ik zet mijn weg verder richting Irago om op zoek te gaan naar de ferry.


Omdat ik morgen een hele drukke rijdag heb, ik heb enkele vaste stops waar ik moet aanwezig zijn, wil ik vandaag de benzine volgooien.

Bij het eerste benzinestation stuit ik meteen op een nieuw struikelblok. Er is natuurlijk niets vertaald in het Engels. Ik kan hier evengoed diesel als eender wat in mijn tank gooien.

Gelukkig komt er een vriendelijke man op me af. Hij heeft onmiddellijk door dat ik geen flauw benul heb van wat ik aan het doen ben. Met gebarentaal maak ik duidelijk dat ik graag een volle tank wil.
Hij kijkt naar de motor, glimlacht, wijst naar zichzelf en zegt trots: “Ducati Monster!”

Ik haal opgelucht adem, die gast zal wel weten wat de Multi lust zonder ‘m in de soep te laten draaien. Ondertussen verzamelen zich wat kijklustigen rond de motor om foto’s te nemen.

Ik probeer uit te leggen waarom ik hier ben, maar verder dan wijzen naar de motor en de stickers van mijn wereldroute geraak ik niet.

De vriendelijke Monsterman is ondertussen zijn smartphone gaan halen om foto’s van zijn eigen naked bike te tonen én hij leert me welke Japanse symbolen ik naar op zoek moet in het volgende tankstation. 

In Irago aangekomen neem ik een hotelletje vlak bij de ferry naar Beppu zodat ik morgen de eerste boot richting het schiereiland van Kinki kan nemen. 


Ferry? Nee, typhoon!

Na een verkwikkende slaap in de traditionele kamer met een matras op de grond en gevlochten vloerbedekking wil ik het hotel verlaten zonder ontbijt, maar dat is buiten de gastvrouw gerekend. Zij vindt dat absoluut niet kunnen én stopt me ijskoffies en koeken toe om mee te nemen. 

Eenmaal bij de receptie van de overzetboot word ik in gebroken Engels aangesproken door de kapitein, hij probeert me duidelijk te maken dat het ticketkantoor nog niet open is. 

Als voorbereiding op mijn reis heb ik enkele zinnetjes en woorden ingestudeerd, waaronder de cijfers van één tot dertig. De uitdrukking op het gezicht van de kapitein wanneer ik op mijn vingers begin af te tellen wanneer het ticketkantoor dan wel opengaat, is onbeschrijflijk. Wanneer ik aan negen kom, geeft hij een bedeest applausje. Later zie ik dan op de deur van het kantoor dat hij me de openingsuren ook gewoon had kunnen tonen…

De ferry naar Toba is erg snel, de overzet maakt me zelfs goed misselijk ook al is de zee niet zo ruw. 
Niet ver van de haven bezoek ik de ‘Getrouwde Rotsen’, twee gigantische rotsen in de zee die de verbintenis tussen man en vrouw voorstellen en daardoor één van de grootste toeristische attracties op het Kinki-eiland. 

Veel tijd om alles te bezoeken heb ik niet want vanavond moét ik in Wakayama zijn om de ferry naar Shikoku te halen, anders klopt mijn planning niet. 

De GPS leidt me langs een paar bruggen die afgesloten zijn voor verkeer omdat er in de stad een festival aan de gang is en ik moet dwars door de drukte heen, lekker spannend!

Wanneer ik eindelijk voorbij de Ise-jingu temple ben, wil ik links afslaan om de bergkam over te gaan maar er springt een jonge politieman met een oranje politielicht vlak voor me de baan op. Ik mag niét naar links. 

Maar ik wil naar links.  

Hij spreekt me aan in goed verstaanbaar Engels en is niet van zinnens om me over de berg te laten rijden.

Zijn argumenten : 
De weg is gevaarlijk en smal.
Geen vangrail.
Diepe kloven naast het asfalt.
EN als toppunt : als vrouw alleen op de motor zal ik vast en zeker vallen en mezelf pijn doen. (Wtf… lol)

Ik haal mijn eigen smartphone uit én toon fotos van mij en m’n GS, in de modder, in het zand, overal waar die bak eigenlijk niet thuishoort. Hij laat me pas verder rijden nadat ik vanop zijn pamfletje alle noodnummers in mijn telefoon heb opgeslagen — alsof dat zonder bereik iets zou uithalen – én ik moet beloven dat ik héééééél voorzichtig ga zijn.

Eerlijk?
Hij had me eigenlijk best onzeker gemaakt maar na enkele kilometers lach ik mezelf te pletter! De bergweg is gewoon een éénvaksbaan zonder vangrail en behalve dat er een dik pak herfstbladeren op het asfalt light, is dit één van de mooiere wegen die ik tot nu toe in Japan afreed. 

Ik zou hier gerust een volledige dag hebben kunnen rondbrommeren maar helaas, de ferry was in Wakayama én ik moet haast maken. 

De weg naar de westkust van het Kinki-eiland is niet zonder obstakels, de continue regen vertraagt me enorm maar ik prijs mijn perfect waterdichte laarzen. De uren verstrijken én ik raak maar moeizaam vooruit. Ondertussen regent het binnen in mijn helm, gesjellig. 

Het wegennet in Japan is druk bezaaid met lange zones met snelheidslimieten van 50 en 30 km/u. (Heb ik al gezegd dat we hier links rijden ook? Zoals in de UK)


Eens de duisternis valt, merk ik op dat ik zo goed als écht alleen op de baan ben, terwijl de regenbuien aansterken naar een dikke storm. Hoe dichter ik bij Wakayama kom, hoe feller de rukwinden aan mij en de Multistrada trekken. 

Wanneer ik eindelijk doorweekt bij de overzetboten aankom, ben ik de enige ziel die nog op de straten te zien is. Ik moet de Multi vaststrappen aan een reling bij het kantoor van de ferry want de rukwinden zijn op dit moment zo fel dat hij dreigt om te tippen. 

Oef, eindelijk het kantoor binnen én ik geniet van de warmte en stilte na een lange dag. Het kantoor is werkelijk verlaten, stilletjes hoop ik dat ik de laatste ferry niet gemist heb, anders is mijn planning om zeep. 

Na een tiental minuten verschijnt er een man met een dikke frons op zijn gezicht, héél duidelijk verrast door mijn aanwezigheid. In aarzelend Japans vraag ik of ik een tickertje kan kopen voor de ferry naar Shikoku waarna de frons waarlijk nóg dieper op zijn voorhoofd kronkeld. Hoofdschuddend maakt hij een kruis met zijn armen. ‘Ie, ferry’ is het antwoord, duidelijk, geen ferry meer. Shit, ik heb hem dus duidelijk gemist. 

Hij wijst naar de zee en zegt ‘Ie, ferry, typhoon!!’

Stomverbaast gaap ik naar de man en herhaal traag maar duidelijk, ‘typhoon?’. ‘Hai! Typhoon’. 

De puzzelstukjes vallen samen, geen wonder dat er geen kat meer op de baan is en dat ik samen met de Multi alle kanten werd uitgeblazen tijdens het laatste stuk van de trip. De vriendelijke man biedt me aan te overnachten in het kantoor als ik dat wil maar ik moet eigenlijk WiFi zien te vinden dat ik het thuisfront kan laten weten dat alles goed is én een oplossing zien te vinden voor m’n schema. 

Even weer met de Multi de storm in én ik vind vlug een businesshotel waar de receptionisten me zelfs een special price geven voor de nacht. Ofwel vinden ze me wel dapper ofwel gewoon een dwaze kip, kan ook. 

Met ons drieën duwen de we moto naar de achterste boxen, ondertussen kan je bijna niet meer wandelen in de rukwinden én binden we deze stevig vast met linten voor de komende nacht…


Volgende woensdag…

Wat doe je wanneer je planning instort, de ferry niet vaart en een tyfoon je schema wegvaagt?

Blijf ik hangen in Wakayama?
Of gooi ik alles opnieuw om?”

➡️ Wordt vervolgd.


add your comment