Ducati Globetrotter 90th
Jess in Japan (2)
Dit verhaal van 2016 werd herwerkt om makkelijker te kunnen lezen, lees je liever het volledige artikel? Onderaan de pagina kan je de originele tekst terugvinden.
Ik ben ondertussen aangekomen in Japan, mijn bagage is in China én al de rest… ligt precies in Rusland…
2016
De eigenares van het hostel vindt dat absoluut niet kunnen.
Ze begint prompt in haar kledingkast te rommelen om mij van schone kleren te voorzien.
Ik heb op mijn vorige reizen al geleerd dat je bijna elk aanbod van vriendelijkheid gewoon moet accepteren.
When in Rome, do as the Romans do. Ik krijg -gekleed in typische Japanse stijl- mijn kamer toegewezen én na een warme douche en een pint kruip ik tussen de lakens. Ik plan mijn trip voor morgen, naar het hoofdkwartier van Ducati Japan én ondertussen wat van Tokyo’s moois te beleven.
Kopzorgen en slaapliedjes
De morgenstond heeft goud in de mond, én een uitgedost in mijn nieuwe Japanse outfit én met waterschoentjes aan duik ik terug het metrostation in. Eerst richting Shibuya, want ik heb met Miyo een contract te tekenen en de laatste hand te leggen aan mijn reisplan.

Het hoofdkantoor van Ducati Japan heeft ook nog een mededeling voor mij. Eentje waar ik even stil van word.
Het pakket dat de vorige rijder Laurent uit Rusland verstuurd had, is door de Japanse douane teruggestuurd wegens een administratieve fout. Met andere woorden: de communicatiemiddelen, waaronder een iPhone, een fotocamera, én ook de GPS… die krijg ik zaterdag niet mee.
Het wordt even wit rond m’n neus… zonder GPS alleen door Japan?
Wat moet, dat moet, denk ik maar en zet mijn krabbel onderaan het contract.
Mijn dagtripje in Tokyo neemt mijn gedachten even mee. Overal tussen de mensen, de wegwijzers en het toeristenuitstapje door, zie ik plots het standbeeld van Hahicko!
Ik ga naar Asakusa, puur om een stukje traditioneel Japan te zien. Ik slenter door de winkeltjes (al zijn die, eerlijk… redelijk toeristisch), en bezoek de beroemde Senso-ji tempel.

Na de middag wordt de drukte me te veel en ga ik terug naar de metro, m’n eigen smartphone slaat op hol elke keer als ik me aanmeld op het gratis WiFi-netwerk. Miyo probeerde me al een aantal keer te bereiken, want mijn bagage is terecht en zal worden afgeleverd in het hotel vanavond.
Ik kom pas rond 19 uur aan het hostel aan en ben onzeker of het busje al is langs geweest. Ik neem een stoel en installeer me op de stoep om op de uitkijk te zitten. Langzaam gaan de uren voorbij en rond een uur of negen passeert een oudere Japanse man mij.
Hij wijst naar mijn blote voeten en maakt een duidelijk “neen-nee”-gebaar met zijn vinger. Ik weet niet goed of dat puur bezorgdheid is, of gewoon een “zo hoort dat hier niet”. En zeg dan maar dat het me spijt (één van de handige Japanse zinnetjes die ik op voorhand ingestudeerd had).
De man fronst en gaat verder op zijn pad. Een minuut of tien later is hij terug, met slippers in de ene hand en een stoel in de andere. Hij plaatst de stoel naast mij neer.
En in de uren die volgen, praat hij aan één stuk door én leert hij me een liedje waarbij hij vaak naar de maan en de sterren wijst die zichtbaar zijn die avond.
Ik vergeet even dat ik alleen ben.
Ik vergeet even de chaos.
Ik vergeet zelfs even de bagage.
Dat onvergetelijke moment wordt alsnog een beetje verstoord door het busje dat mijn bagage komt brengen. Wanneer ik de documenten afteken, is de oude man al vertrokken. Zonder afscheid.
En wanneer ik de volgende ochtend het liedje zing voor de eigenares van het hostel, vertelt ze me dat het een slaapliedje is dat ouders vaak zingen voor hun kinderen.
Het vertrek
Maandenlang uitkijken naar de dag waarop de Multistrada Enduro van ‘StormRider’ wisselt en dan toch met een sippe lip achterblijven, het kan dus. De vorige rijder Laurent is niet aanwezig bij de overdracht én de fakkel die de wissel symboliseerd is ook teruggezonden naar Rusland. Het komt dus neer op een wat minder heroïsche overhandiging van de motorsleutels. Het belangrijkste eigenlijk!
Ik krijg twintig minuten om mijn bagage in de koffers te proppen en mijn rode Nike-bag achterop te binden gezien de waterdichte roltassen ook in Rusland verblijven. Langzaamaan beginnen de kriebels in mij op te borrelen, straks met ik met mijn nieuw werkpaard vertrekken op wat waarschijnlijk mijn grootste solo-avontuur zal worden.

Onder toeziend oog van pers en menig fotograaf krijg ik de toestemming om de Multistrada de sporen te geven en mezelf in het mierennest van Tokyo onder te dompelen. Net voor mijn vertrek geen Miyo mij een Japanse GPS waarin ze enkele noodpunten geprogrammeerd heeft, indien ik in de problemen zou raken tijdens de trip.

Mijn doel die avond is een camping dichtbij Fuji, aan het meer Motosuko.
Amper vijftig kilometer ervoor openen de sluizen van de hemel zich. Wet van Murphy? Absoluut.
Maar ik laat het niet aan mijn hart komen. Na al die voorbereiding en opgekropte stress ben ik eindelijk onderweg — en die glimlach krijg ik niet van mijn gezicht.
De eeuwige mist rond Mount Fuji begroet me enthousiast. Zó enthousiast zelfs dat ik het kleine weggetje naar de camping… twee keer mis.

Wanneer ik uiteindelijk aankom, komt er meteen een man op me afgerend. Ik ben eigenlijk te laat om me nog aan te melden, maakt hij duidelijk.
Maar wanneer ik mijn helm afzet en er een pruillip bij tover, verandert zijn toon.
Hij heeft nog wel een plaatsje, zegt hij.
Als ik de andere gasten maar niet wakker maak.
Geen probleem.
Zolang ik mijn tentje kan opzetten en even kan bekomen van alle nieuwe indrukken en emoties, ben ik tevreden.
En zo lig ik een uurtje later…
ongeveer 8.000 kilometer van huis, in een eenpersoonstentje.
Met de Globetrotter Multistrada Enduro buiten aan mijn zijde…

Volgende woensdag…
“Ferry nemen? Nee, typhoon overleven!!” 😄
➡️ Wordt vervolgd.


